"Ook jongeren krijgen te maken met sex en dood"

            Ted van Lieshout is een graag geziene gast bij Doe Maar Dicht Maar.  Al twee keer las hij voor op de middagen van het festival.  Nu de poëziemiddag voor de jongere scholieren niet meer bestaat, was het hoog tijd om hem ook eens op de slotavond uit te nodigen. Ted van Lieshout is namelijk de meest vernieuwende dichter voor jongeren. Zijn eigenzinnige gedichten illustreert hij zelf, waardoor de mooi uitgegeven bundels enorm opvallen naast die van collega's.
            "Ik vind Doe Maar Dicht Maar nog steeds een leuk initiatief.  Maar ik vraag me wel af of dat competitie-element goed is. Het zou psychologisch wel eens zo kunnen zijn dat jongeren braver gaan schrijven, omdat ze in de ogen van de jury goed willen overkomen. Als je de prijzen zou gaan verloten, krijg je misschien betere gedichten."

            In Vrij Nederland wond je je laatst op over het negeren van jeugdschrijvers in de lijst 'Meest vertaalde schrijvers'. Het lijkt bij jeugdliteratuur te horen, die opwinding over de geringe aandacht.
            'Dat houdt het juist spannend en leuk. Het is toch zot om een lijst te maken waarin elke schrijver wordt opgenomen, al is er maar één boekje vertaald, en dan een hele lijst met jeugdschrijvers over te slaan.  Van mij zijn boeken vertaald in het Engels, Zweeds en Duits.  En dan ben ik nog maar een matig vertaald schrijver. Dat mijn overigens wel vertalingen van verhalen.  Jeugdpoëzie is erg moeilijk te vertalen. Maar er is kans op een Duitse versie van 'Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel'.  Mijn Duits is net goed genoeg om die vertaling te controleren. Daarnaast heeft Aidan Chaimbers met mij ook wel eens een gedicht in het Engels vertaald, dat beheers ik gelukkig beter, maar of daar meer van komt, betwijfel ik.  Mijn gedichten zijn veel te schokkend voor de Engelse lezers.  In één van mijn boeken komt een Blootspook voor. Ja, dat gaat al veel te ver natuurlijk."

            Ook hier fronsen sommigen de wenkbrauwen bij het lezen van de bundels.  De thema's dood en sexualiteit komen vrij expliciet aan bod.
            "Dat is wel een standaardreactie die ik krijg op mijn werk.  Mensen vinden de inhoud te moeilijk of de inhoud gaat hen te ver.  Maar ik hoorde laatst van een man dat hij 'Mijn botjes' voorleest aan zijn vijfjarig dochtertje. Die snapte er natuurlijk nog niets van "maar ze groeit er wel in", zei die vader.  Mijn ervaring bij het voorlezen voor groepen is ook dat jongeren hun eigen favoriete gedicht halen uit het aanbod dat ik voordraag. Hun keuze is heel verschillend. Ik trek me dan ook niet zoveel aan van wat didactici over mijn werk zeggen. Mijn themakeuze is wel enigszins autobiografisch, maar iedereen krijgt ermee te maken. Hoe je het wendt of keert, de dood speelt, ook op jeugdige leeftijd, een rol in het leven. Hetzelfde geldt, hoop ik, ook voor sex."

            Jouw generatie onderscheidt zich van de generatie van Eykman en Dorrestijn.  Staat er al weer een nieuwe generatie klaar?
            "Eykman en Dorrestijn schreven ook al heel sterk vanuit het perspectief van het kind. Ze schreven alleen liedjes die binnen het kader van een tv-programma moesten vallen. Mijn gedichten hebben ook wel een sociaal engagement, wat voor die generatie kenmerkend was, maar ze komen toch meer voort uit het individu. Een nieuwe generatie is er helaas nog niet. Misschien bederf ik de markt nogal.  Ik bedoel, mijn bundels zien er toch mooi en luxe uit, met tekeningen en zo. Naast zo'n bont iets is een kale verzameling gedichten hopeloos saai.  Dan zeggen uitgevers: "Dan maar liever een Van Lieshout". Collega's hebben daar ook wel eens kritiek op. Er zijn mensen die vinden dat poëzie door niets moet worden afgeleid.  Maar je schrijft toch wel op dat ik het voorgaande ironisch bedoelde? Anders krijtje weer van die reacties dat ik zo arrogant ben. Ik betreur het werkelijk dat er van sommige dichters niets nieuws meer uitkomt en dat er weinig nieuwe namen meer worden uitgebracht door de uitgeverijen."

            Coen Peppelenbos

            De Agenda 28 februari 1992